Zoals gebruikelijk zijn tijdens de Anna Reynvaanlezing ook de winnaars van de Praktijkprijs, de Wetenschapsprijs (voor het beste wetenschappelijke artikel van een verpleegkundige) en de Studentenprijs bekendgemaakt.

Praktijkprijs

De Praktijkprijs ging naar Margot van Mol (Erasmus MC), Brenda Sleven (Catharina Ziekenhuis Eindhoven) en Crista Leerentveld (Isala Klinieken Zwolle) voor het door hen ontwikkelde digitale Post-IC dagboek. De winnaars: "Een opname op de intensive care is voor patiënten en familie/dierbaren een ingrijpende gebeurtenis. Het verwerken van deze periode gaat gemakkelijker als er tijdens de opname een dagboek wordt bijgehouden door de patënt, familieleden en verpleegkundigen."

De winnende inzending sluit aan bij de pandemie en hoe je als verpleegkundige het verschil kunt maken. Het is een prachtig initiatief van drie samenwerkende ziekenhuizen. Het gebruik van een dagboek in de zorg is in principe niet innovatief, maar het digitale aspect eraan wel. De familie kan hierdoor nauwer bij hun dierbare en zijn/haar herstel betrokken worden, omdat de functies op afstand te gebruiken zijn. De vakjury hoopt dat deze Anna Reynvaan Praktijkprijs ertoe bijdraagt dat het Post-IC dagboek vanaf nu regulier (en op steeds meer IC’s) wordt ingezet.


Wetenschapsprijs

De Anna Reynvaan Wetenschapsprijs ging dit jaar naar Kristien Scheepmans voor haar onderzoek Reducing physical restraints by older adults.
Scheepmans en haar Vlaamse onderzoeksgroep keken naar het gebruik van vrijheidbeperkende maatregelen in de thuiszorg. Deze variëren van mild tot zwaar, waaronder het aanleggen van een onrustband al dan niet in combinatie met andere middelen. Vrijheidbeperkende maatregelen zijn vaak de laatste keuze. Dit vanwege risico’s en ethische dilemma’s. Scheepmans ontwikkelde een praktijkrichtlijn. Die omvat een flowchart voor het gebruik van de middelen, geeft een antwoord op zes klinische vragen, en doet tien aanbevelingen.


Studentenprijs

De winnaar van de Anna Reynvaan Studentenprijs 2021 is Levy Bakker (Hogeschool InHolland) voor Cafeïne in de acute psychiatrie: beperking of toevoeging? Geen cafeïnehoudende dranken geven aan patiënten op een afdeling high intensive care (HIC+) van een psychiatrisch ziekenhuis, dat klinkt logisch en verstandig. Levy Bakker liep stage op een afdeling met psychiatrische patiënten. Ze ontmoette een patiënt die ’s ochtends graag een kop koffie mét cafeïne drinkt. Dat maakte Bakker nieuwsgierig, daarom onderzocht ze de voor- en nadelen van het beschikbaar stellen van cafeïnehoudende dranken aan patiënten op een HIC+ afdeling.

In een helder en vlot geschreven betoog concludeert Bakker dat cafeïnehoudende dranken prima genuttigd kunnen worden, mits goed gemonitord. Bakker zocht niet alleen bewijs over de invloed van cafeïne op de fysieke en mentale toestand van psychiatrische patiënten, maar betrok ook ontwikkelingen in de zorg bij haar zoektocht naar antwoorden. Thema’s als eigen regie voeren, gezamenlijke besluitvorming, en zorg op maat, vragen om een herijking van ‘algemeen geldende regels’. Bakker geeft vervolgens heldere aanbevelingen waar zowel de patiënt als de verpleegkundige beter van wordt.