27 oktober 2026 – 21 januari 2027
Voor Minnie is kijken een manier van praten. Ze let op de kleine gebeurtenissen in het dagelijks leven. Dat zijn de momenten waarop ongeschreven regels voelbaar worden. Regels over hoe je ‘hoort’ te zijn. Daarover gaat haar werk.
Haar schilderijen zijn als dagboekaantekeningen. Ze laten zien hoe haar relatie met zichzelf verandert. Ze laten ook zien dat ze iets terug wil zeggen tegen de digitale tijd. We leven tussen schermen en afleiding. We zoeken helderheid, maar vinden onzekerheid. Minnie onderzoekt hoe het is om jong en vrij te zijn, en tegelijk overprikkeld.
Minnie gebruikt haar eigen gezicht steeds opnieuw. Net als een woord dat zijn betekenis verliest als je het vaak genoeg herhaalt. Door te herhalen verdwijnen de vaste betekenissen. De herhaling wordt een soort mantra. Zo beschermt ze zich tegen alle beelden die dagelijks om onze aandacht vechten.
Haar schilderkunst komt voort uit fotografie. Vooral de polaroid inspireert haar. Een polaroid geeft meteen een echte foto in je hand. Deze techniek kent ook fouten en beperkingen. Minnie omarmt die imperfecties. Zo ontstaat een beeldtaal die écht voelt.
In deze tentoonstelling zie je niet alleen zelfportretten. In de nieuwe schilderijen is Minnie soms zelf uit beeld geraakt. Dan is ze toeschouwer geworden. Haar leven veranderde door de komst van haar puppy Kafka. Zonder in clichés te vervallen laat ze zien wat er om haar heen gebeurt. Ze beweegt daarbij op het grensvlak van figuratie en abstractie: soms zie je duidelijk wat er is afgebeeld, soms zie je vooral vormen en kleuren. Je kijkt in een persoonlijke wereld. Maar het is soms lastig om daar als toeschouwer een positie in te kiezen.