Immuuntherapie, waarbij eigen afweercellen zich tegen kankercellen richten, levert soms indrukwekkende resultaten op. Toch werkt deze aanpak bij veel vormen van kanker onvoldoende. De gangbare verklaring is dat de afweercellen dan uitgeput raken en niet voldoende geactiveerd worden. Onderzoeker en hematoloog Arnon Kater denkt dat afweercellen juist niet te weinig worden geactiveerd maar dat ze hyperactief raken en daardoor falen. Met een ERC Advanced Grant gaat hij onderzoeken hoe dit proces ontstaat, hoe de ontregelde afweercellen weer kunnen herstellen en hoe deze kennis kan worden toegepast in nieuwe immuuntherapieën.

Met een ERC Advanced Grant van de European Research Council van 2,5 miljoen euro gaat Arnon Kater, hoogleraar Hematologie aan Amsterdam UMC de komende vijf jaar onderzoeken waarom T-cellen, de belangrijkste afweercellen tegen kanker, bij contact met tumorcellen steeds slechter gaan functioneren. Hoe dat komt, is een van de belangrijkste vragen binnen de kankerimmunologie.

Constante activatie

Veel huidig onderzoek richt zich op het verbeteren van de manier waarop T-cellen worden aangezet tot het doden van kankercellen. De heersende gedachte is dat tumoren deze afweercellen onvoldoende signalen geven om tot actie over te gaan. Vrijwel alle ontwikkelde immuuntherapieën proberen daarom de manier waarop de T-cellen worden geactiveerd effectiever te maken.
 Onderzoek van Kater en zijn collega’s wijst echter op een fundamenteel ander mechanisme. "Wij zien dat deze T-cellen helemaal niet te weinig signalen krijgen. Ze worden juist voortdurend blootgesteld aan een activeringssignaal. Normaal gesproken, bijvoorbeeld na een vaccinatie, dooft dat signaal snel weer uit. Gebeurt dat niet, dan raakt de energievoorziening van de afweercel door de constante activatie ontregeld."

Cellen van patiënten

De mitochondriën, de energiecentrales van cellen, raken door deze overprikkeling beschadigd, waardoor de energievoorziening van de afweercel ontregeld wordt. Hierdoor verliezen de afweercellen het vermogen zich te delen, en overleven kort. Het SPARC-project van Kater en zijn collega’s onderzoekt stap voor stap hoe dit proces ontstaat. Belangrijk is dat zij hierbij vooral gebruik maken van zowel kanker- als afweercellen afkomstig van patiënten, in plaats van van nagebootste cellen of cellen van muizen. Ook gebruiken de onderzoekers geavanceerde microscopie, genetische screenings en nieuwe technieken waarmee de energietoestand van afzonderlijke T-cellen kan worden gevolgd.

Aanwijzingen gevonden

Het onderzoek richt zich niet alleen op het begrijpen van het probleem, maar ook op een mogelijke oplossing. De onderzoeksgroep heeft aanwijzingen gevonden dat de ontregelde T-cellen weer gezond en werkend kunnen worden gemaakt. Hoe dat precies zit en hoe deze kennis kan worden toegepast in toekomstige immuuntherapieën vormt een belangrijk onderdeel van het project.

Nieuwe generatie immuuntherapieën

Het project start met onderzoek naar de chronische lymfatische leukemie, een vorm van bloedkanker. Maar de onderzoekers verwachten dat dezelfde mechanismen ook een rol spelen bij veel andere vormen van kanker. Als dat inderdaad zo blijkt te zijn, kan dit de basis leggen voor een nieuwe generatie immuuntherapieën. Daarbij blijven de afweercellen van patiënten langdurig effectief functioneren, en wordt de tumor niet alleen kortstondig aangepakt.

De ERC Advanced Grant behoort tot de meest prestigieuze Europese onderzoekssubsidies en is bedoeld voor onderzoekers met een vernieuwend idee dat een vakgebied een nieuwe richting kan geven.

Beeld: Adobe Stock