Aantallen dierproeven

Jaarcijfers

De jaarcijfers laten zien hoeveel dierproeven er gedaan zijn met hoeveel proefdieren in Amsterdam UMC.

De cijfers wijken licht af van de jaarcijfers zoals deze gepresenteerd worden onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Het ministerie dient zich te houden aan de Europese registratie-eisen.

Een verschil is dat het doden van proefdieren zonder voorafgaande handeling volgens de Europese regelgeving geen dierproef is, maar volgens de Nederlandse wet wel. Hierdoor liggen de hier gepresenteerde cijfers een fractie hoger.


Grafiek die het aantal gebruikte diersoorten voor dierproeven toont over de jaren 2024 en 2025
Doeleinden

In Amsterdam UMC wordt vaak maar één dierproef uitgevoerd met een proefdier. Het aantal dierproeven staat dus ongeveer gelijk aan het aantal gebruikte proefdieren. De meeste dierproeven worden uitgevoerd met muizen en ratten.

De afbeelding hieronder laat zien voor welke doeleinden onze instelling dierproeven verrichtte in 2025. 

De doeleinden van de inzet van proefdieren in 2025
Mate van ongerief

De wettelijke term voor alle negatieve ervaringen die proefdieren door dierproeven ervaren (bijvoorbeeld pijn en stress) is ongerief. Het is verplicht een indeling te maken naar licht, matig en ernstig ongerief.

Daarnaast is er een vierde categorie, genaamd terminaal. In het geval van terminaal wordt een dier onder verdoving gedood zonder dat er ander ongerief ervaren is.

Het streven is om het ongerief per dier zo laag mogelijk te houden. In de afbeelding hieronder is het percentage van de mate van ongerief te zien tijdens dierproeven in 2025.

Het ongerief van de voor proeven gebruikte proefdieren in het jaar 2025