Onderzoek van Amsterdam UMC samen met de Universiteit van Ghana wijst uit dat magere patiënten met diabetes type 2 in Afrika een andere vorm van diabetes hebben dan mensen met overgewicht. Zwaardere mensen met type 2 diabetes krijgen de ziekte veelal door insulineresistentie; bij magere patiënten maakt de alvleesklier onvoldoende insuline aan. Toch behandelen artsen hen met dezelfde medicijnen. Projectleider Charles Agyemang van Amsterdam UMC: “Dit onderzoek laat zien dat we moeten zoeken naar betere behandelingen voor deze grote groep magere Afrikanen.”
Type 2 diabetes wordt doorgaans gezien als een ziekte die samenhangt met overgewicht. In rijke landen klopt dat beeld: negen van de tien mensen met type 2 diabetes zijn te zwaar. In Afrika ligt dat anders. Bijna vier op de tien Afrikaanse volwassenen met type 2 diabetes zijn mager, met een normaal of zelfs laag lichaamsgewicht. In landelijke gebieden zoals Ghana loopt dat zelfs op tot zes op de tien. Eerste auteur Sabrina Esmail van Amsterdam UMC: “Dit betekent dat er op het Afrikaanse continent naar schatting tien miljoen magere patiënten zijn die niet in het standaardplaatje passen. Bij hen is het probleem een tekort aan insuline, niet een verminderde respons op insuline.”
Ander ziekteproces, dan ook een andere behandeling
Toch krijgen beide groepen in Afrika vrijwel altijd dezelfde behandeling, gebaseerd op internationale richtlijnen: orale tabletten zoals metformine of sulfonylureumderivaten. Deze medicijnen zijn vooral effectief bij insulineresistentie, niet bij een tekort aan insuline. Magere patiënten krijgen dus zeer waarschijnlijk een behandeling die niet past bij hun vorm van de ziekte. De onderzoekers analyseerden gegevens van ruim 3.300 Afrikaanse volwassenen met type 2 diabetes uit Ghana, Nigeria, Kenia en Europa. “Magere patiënten ontwikkelen vaker oogschade, retinopathie genaamd, en beroertes. Mensen met overgewicht hebben juist vaker een hoge bloeddruk en een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Chronische nierziekte kwam in beide groepen even vaak voor”, zegt senior auteur Felix Chilunga. De hoeveelheid lichaamsvet verklaarde het grootste deel van deze verschillen, wat wijst op echt verschillende ziekteprocessen. Ook de risicofactoren verschillen: waar overgewicht vaak samenhangt met een ongezonde leefstijl, hebben magere patiënten vaker te maken gehad met ondervoeding of een laag geboortegewicht, wat de ontwikkeling van de alvleesklier kan verstoren.
Type 2 diabetes bij magere Afrikanen is dus biologisch en klinisch een ander ziektesubtype dan bij mensen met overgewicht. Maar het wordt nu nog behandeld alsof het hetzelfde is. Mogelijk krijgen miljoenen mensen hierdoor niet de juiste zorg. Chilunga: “Wij roepen op tot gerichte klinische studies om te bepalen welke behandeling het beste werkt voor deze grote, vaak over het hoofd geziene groep patiënten.”
Afrikanen in Europa
Ook voor Afrikanen in Europa geldt waarschijnlijk dat zij een andere behandeling nodig hebben. Ander onderzoek met gegevens uit de UK Biobank liet al zien dat mensen van Afrikaanse afkomst met een BMI van 26 hetzelfde diabetesrisico hebben als Europeanen met een BMI van 30. Onderzoeken naar migranten in Europa laten steeds weer zien dat Afrikanen vaker type 2 diabetes hebben, het ongeveer tien jaar eerder krijgen, en slechtere bloedsuikercontrole hebben dan de autochtone bevolking. Agyemang: “Dus een aanzienlijk deel van de Afrikaanse patiënten in Europa is mager, wordt behandeld volgens richtlijnen die zijn geschreven voor de vorm van de ziekte bij mensen met overgewicht, en hun controle is aantoonbaar slechter. Er is geen reden om aan te nemen dat de behandelmismatch die wij beschrijven stopt bij de grens.”
Deze studie is gedaan door Amsterdam UMC, Universiteit van Ghana en de National Institutes of Health (Center for Research on Genomics and Global Health), via de cohorten AADM en RODAM.
De resultaten van het onderzoek zijn vandaag gepubliceerd in het wetenschappelijke blad Diabetologia (het tijdschrift van de European Association for the Study of Diabetes [EASD]).